Zorgzame gemeente

Wat heeft het gekost?

Verschillen (bedrag x € 1.000)

Bedrag

V/N

I/S

Exploitatie

376

1a. Samenkracht en burgerparticipatie

Het positieve resultaat bestaat uit meerdere componenten. De belangrijkste verschillen zijn als volgt:
- Lagere kosten voor de opvang van Oekraïense ontheemden, met name door gunstige NUTS-voorzieningen en lagere personele inzet. Dit resulteert in een financieel voordeel van € 85.000.
- Onderbesteding binnen diverse subsidieregelingen. Vanaf 2026 worden deze voordelen structureel betrokken bij de realisatie van de subsidie-taakstelling. Het betreft een voordeel van € 123.000.
- Lagere uitgaven op het terrein van inwonersbetrokkenheid, doordat participatietrajecten zijn gedekt vanuit de aan de betreffende programma's en projecten toegewezen budgetten. Dit leidt tot een voordeel van € 50.000.

Lasten

309

V

I

2a. Preventieve voorzieningen

Binnen de preventieve voorzieningen ontstaat een positief financieel resultaat, dat wordt verklaard door meerdere ontwikkelingen. De meest significante zijn:
- Versnelde realisatie van de taakstelling subdies. Een deel van de taakstelling dat formeel vanaf 2026 was voorzien, is al in 2025 gerealiseerd. Dit leidt tot een voordeel van € 75.000.
- Ontvangen eindafrekeningen 2024 van GGD en GGZ NHN. Over 2024 zijn afrekeningen ontvangen voor aanvullende diensten van de GGD en een eindafrekening van de GGZ NHN over de afgegeven subsidie. Deze leiden gezamenlijk tot een voordeel van € 72.000.
- Lagere uitgaven voor gehandicaptenparkeerkaarten. In 2025 zijn 253 gehandicaptenparkeerkaarten verstrekt, wat resulteert in lagere kosten en daarmee een voordeel van € 35.000.
- Incidentele dekking van de kosten voor het scheidingsplein. De kosten voor het scheidingsplein zijn in 2025 gedekt vanuit het Integraal Zorgakkoord (IZA). Hierdoor ontstaat een incidenteel voordeel van € 10.000.
- Dekking van de kostenoverschrijding bij het wijkteam. De extra lasten van het wijkteam zijn verwerkt binnen het programma Overhead. Dit levert binnen dit programma een voordeel van € 54.000 op.

Lasten

298

V

I

3a. Jeugdzorg

Binnen de jeugdzorgkosten is in 2025 een voordeel van ca.€ 460.000. Het verschil ten opzichte van de prognose in de decembernota wordt voornamelijk verklaard door het lagere verzilveringspercentage van de in 2025 afgegeven beschikkingen. In de decembernota is uitgegaan van het verzilveringspercentage over 2024. De realisatie over 2025 laat zien dat het daadwerkelijke gebruik lager ligt, wat resulteert in het huidige voordeel. Dit verschil is structureel en komt met name door de afbouw van gesloten jeugdzorg en een daling van de jeugdreclasseringsmaatregelen als gevolg van de landelijke wetgeving. Het structurele voordeel verwerken we ten gunste van de taakstelling op het sociaal domein. Dit heeft geen effect op het structurele financiele perspectief.

Het voorstel is om dit financiele voordeel beschikbaar te houden voor Jeugdzorg in 2026, zodat het kan worden ingezet voor:
- de maatregelen die nodig zijn binnen de Hervormingsagenda Jeugd, en
- de realisatie van de taakstelling binnen het programma.

Lasten

464

V

S

4a. Inkomensregelingen en participatie

Bijstandsuitkeringen (BUIG):
In 2025 bedroeg het gemiddeld aantal uitkeringsgerechtigden 1291, terwijl in de begroting werd uitgegaan an 1303 uitkeringsgerechtigden. Hoewel het volume lager uitviel dan geraamd, lag de gemiddelde uitkeringslast hoger dan begroot.
In werkelijkheid waren de kosten € 18.955 per uitkeringsgerechtigde, de begroting ging uit van € 17.655 per uitkeringsgerechtigde.
Hierdoor ontstaat een overschrijding van de BUIG-kosten. Voor deze afwijking is een reserve BUIG gevormd; het tekort is hieruit gedekt. Per saldo was het tekort ca. 1,2 miljoen.

Sociale werkvoorziening (GRGA)
In de decembercirculaire is een specifieke vergoeding ontvangen ter compensatie van de medewerkers van de Gemeenschappelijke regeling gesubsidieerde arbeid (GRGA). Deze vergoeding hebben we ook uitgekeerd aan de GRGA. Hierdoor ontstaat een nadeel op de lasten van afgerond € 400.000. De ontvangst is verwerkt in het programma algemene dekkingsmiddelen.

Lasten

-1.571

N

I

5a. Wmo zorg

Binnen de WMO- uitgaven onstaan zowel voor- als nadelen als gevolg van ontwikkelingen in het aantal clienten.

WMO Begeleiding en dagbesteding
In 2025 waren de uitgaven lager dan begroot. Het gemiddeld aantal clienten lag tot en met september rond de 750. In december 2025 waren dit 713 clienten. Deze daling in het volume leidt o.a. tot een voordeel van € 285.000.

WMO Huishoudelijke Hulp (incl. PGB)
Voor huishoudelijke hulp zijn de kosten in 2025 hoger uitgekomen dan geraamd.
In het eerste half jaar lag het gemiddeld aantal clienten op ca. 1970 per maand. In het tweede half jaar steeg dit naar een gemiddelde van 2010 clienten. De volumestijging leidt tot een nadeel van € 99.000.

Lasten

219

V

I

6a. Maatschappelijke en vrouwenopvang

Binnen de regionale budgetten voor Maatschappelijke Opvang en Beschermd Wonen is in 2025 per saldo € 995.000 toegevoegd aan de reserve MOBW. Hiervan heeft € 766.000 betrekking op het resultaat van de samengevoegde budgetten voor maatschappelijke opvang en beschermd wonen. In de begroting was rekening gehouden met een resultaat van € 470.000. Het aanvullende voordeel ontstaat vooral binnen beschermd wonen. Het gemiddeld aantal clienten is in 2025 gestegen van 94 naar 101, terwijl tegelijkertijd een verschuiving in zorgzwaarte zichtbaar is. Er is meer ingezet op lichte en middenproducten, die gepaard gaan met lagere tarieven. Hierdoor vallen de totale kosten lager uit dan geraamd.
De overige voordelen betreffen de restant budgetten van de Brede aanpak dak- en thuislozen (€167.000) en het nationaal actieplan dakloosheid (€ 62.000). Deze middelen worden in 2026 ingezet voor de voortzettng van de bijbehorende werkzaamheden en projecten.

Lasten

451

V

I

6b. Maatschappelijk en vrouwenopvang

Dit voordeel ontstaat door een hogere ontvangen eigen bijdrage voor beschermd wonen. Dit is een onderdeel van de storting in de regionale reserve Maatschappelijke opvang en Beschermd wonen (MOBW). Zie ook 6a.

Baten

116

V

I

7a. Volksgezondheid

Binnen het onderdeel Jeugdgezondheidszorg (JGZ) ontstaat in 2025 een voordeel van € 100.000 doordat de geplande verbouwing van de JGZ-locatie nog niet heeft plaatsgevonden. Deze werkzaamheden worden naar verwachting pas eind 2026 uitgevoerd.
Tegelijkertijd zijn de reguliere huisvestingslasten van de JGZ locaties gestegen, wat leidt tot een nadeel van € 40.000.
Daarnaast resteert in 2025 een bedrag van ruim € 100.000 uit de Brede Specifieke Uitkering (SPUK) versterking voor sport en bewegen, gezondheidsbevordering, cultuurparticipatie en de sociale basis. Deze middelen mogen worden doorgeschoven naar 2026. Hierdoor onstaat zowel op de lasten als de batenkant een saldo.

Lasten

159

V

I

99b. Overige kleine verschillen

Baten

-69

N

I

Mutaties reserves

688

92a. Mutaties reserves

Er is een bedrag van € 995.000 gestort in de reserve MOBW. Dit bestaat uit:
- resultaat MOBW € 766.000
- restan budget brede aanpak dak- en thuislozen € 167.000
- restand budget nationaal actieplan dakloosheid € 62.000
In de begroting hadden we rekening gehouden met een storting van € 470.000 als gevolg van resultaat MOBW.

Toevoegingen

-525

N

I

92b Mutaties reserves

Ontrekking uit reserve BUIG zie 4a. € 1,2 miljoen

Onttrekkingen

1.213

V

I

Totaal

1.064

V

Deze pagina is gebouwd op 05/22/2026 10:11:17 met de export van 05/22/2026 07:52:08